Ziektebestrijding

Intro
Bij alle dieren komen ziekten, afwijkingen en gebreken voor. Het is niet mogelijk deze allemaal te beschrijven of om precies aan te geven hoe de liefhebber/fokker moet handelen.
Gebreken zijn voor het geoefende oog vaak snel te zien. Dat begint bij de geboorte met afwijkingen aan het skelet en poten. Aan dit soort gebreken is niets te doen. In de vrije natuur zijn deze jonge dieren de eerste prooi van roofdieren. De natuur zorgt er zelf voor dat deze dieren niet opgroeien. Ook de liefhebber/fokker moet dit erkennen en handelend optreden. Dieren met afwijkingen laten leven is niet diervriendelijk.

Aan een aantal andere ziekten is wel wat te doen, vooral als de ziekte snel wordt herkend. Door de dieren dagelijks te bekijken ziet men ook snel of het dier anders is dan anders. Vervolgens kan men direct ingrijpen.
De beste methode om de cavia gezond te houden is het voorkomen van ziekten. Door minimaal een keer per week het hok goed schoon te maken en het hok op een tochtvrije plaats te zetten worden veel ziekten voorkomen. Ook een goede voeding en vooral een goede kwaliteit hooi is noodzakelijk voor een gezonde cavia.
Een aantal ziekten bij de cavia wordt kort besproken.

Begrippen ziekteverwekkers en behandelmogelijkheden
Gebrekziekte
Een dier met ‘gebrekziekte’ is niet ziek, maar heeft gebrek aan vitaminen of mineralen. De oplossing is het opheffen van het tekort.
Ectoparasieten
Voorbeelden zijn luizen, vlooien en bloedmijten. Deze parasieten worden bestreden met een insectenspray.
Protozoën
Dit zijn dierlijke ééncellige wezens. Protozoën veroorzaken vaak ziekten in de darmen. Een snelle behandeling met een specifiek middel geeft meestal een goed resultaat. De dierenarts heeft deze middelen.
Bacterieziekten
Deze ziekteverwekkers zijn veel kleiner dan de protozoën. De ziekte heeft meestal een ontstekingsachtig verloop. De dierenarts heeft goede antibiotica.
Virusziekten
Virussen zijn nog weer veel kleiner en richten zich vaak op specifieke delen van het lichaam. Tegen virussen bestaan geen geneesmiddelen. Hier helpt alleen preventief vaccineren waardoor op kunstmatige wijze met dode virussen een natuurlijk afweermechanisme wordt ontwikkeld. Het lichaam heeft enige weken nodig om de immuniteit op te bouwen.

Herkennen en isoleren van zieke dieren
Een ziek dier vertoont lusteloos gedrag, zondert zich af en eet meestal niet meer. De mest van het dier verandert ook vaak bij een aantal ziekten.
Het is moeilijk de specifieke ziekte te herkennen, behalve als het uitwendige beschadigingen zijn. Soms is aan de houding van het dier of aan de aard en de kleur van de mest af te leiden om welke ziekte het gaat.

Een zieke cavia wordt altijd laat ontdekt omdat de cavia dit zoveel mogelijk wil verbergen. De eerste signalen zijn niet eten, weinig ontlasting, vuile neus en ogen en vuil rond de anus. Ook de beharing staat open en verliest zijn glans.
De cavia zit stil in een hoekje en zal in gewicht afnemen zonder dat we dit soms zien. Door elke week de cavia te wegen houden we het gewicht van de cavia in de gaten en is direct te zien dat er iets niet klopt.

Zodra een dier afwijkend gedrag vertoont en dit dier is gehuisvest in een groep, dan moet dit dier direct geïsoleerd worden van de andere dieren. Een ziek dier wordt vaak het doelwit van gezonde dieren en brengt de ziekte misschien ook op de andere dieren over.
Plaats dit dier in een apart hok met schoon water en voldoende voedsel. Belangrijk is ook om de bodembedekking schoon te houden.
Let er wel op dat de verzorger bij de behandeling van zieke dieren deze ziekte niet overdraagt aan andere dieren. Hygiëne is erg belangrijk.

Welke ziekte is het en wat kun je doen
Doorgroeiende tanden en kiezen zijn een ernstig probleem omdat de cavia niet meer voldoende of helemaal niet meer kan eten. Dit is nogal ingrijpend bij de cavia omdat een cavia erg veel moet eten om in conditie te blijven.
Dit euvel kan ontstaan door een te kort aan vitamine C of het gevolg zijn van een erfelijke aanleg. Het knippen van de tanden is mogelijk, maar als de kiezen ook te lang zijn is de cavia meestal ten dode opgeschreven.
De verzorger moet dan op tijd ingrijpen om te voorkomen dat de cavia de hongerdood sterft.

Anorexia komt soms voor bij cavia’s en is moeilijk te genezen. Soms helpt het geven van wat lekkere hapjes. Ook Biogarde Yoghurt geeft een betere darmflora en kan een beter evenwicht geven in de darmen.
Stress kan soms een hartstilstand of hersenbloeding veroorzaken. Oververhitting en onderkoeling moeten vermeden worden. Bij een shock kan soms het geforceerd geven van wat sterke drank helpen. Dit heeft vaak een spectaculair positief effect op de eetlust. Ook gaat de cavia vaak snel drinken om de vreemde smaak kwijt de raken.

Blaas- en nierstenen komen ook nog wel eens voor. De dieren zijn wat ziek en moeten persen om urine kwijt te raken. Soms is de urine ook met wat bloed vermengd. Kleine stenen kunnen vaak door het dier zelf uitgeplast worden.
Grote stenen kunnen alleen operatief worden verwijderd.
Verander zeker van voer om herhaling te voorkomen en geef deze cavia’s veel groenvoer voor de rest van hun leven.
De meest hierboven kwalen kunnen in eerste instantie aangepakt worden door de verzorger. Bent u onzeker, ga dan direct naar de dierenarts.

Ziekten veroorzaakt door bacteriën, schimmels, protozoën en virussen komen het meest voor en zijn veel gevaarlijker dan de hierboven beschreven kwalen en moeten altijd zo snel mogelijk door een dierenarts vastgesteld worden. Daarna kan de behandeling beginnen.
Een ziekte kan een acuut verloop of chronisch verloop hebben. De besmetting kan ook zeer snel om zich heen grijpen.
Afhankelijk van de aard en intensiteit van de besmetting kan er herstel optreden of zal het dier zonder verdere behandeling dood gaan. Bij deze ziekten moet zo snel mogelijk de dierenarts bezocht worden.
Ademhalingsproblemen moeten ook door de dierenarts worden behandeld. Voorkom dat de cavia longontsteking krijgt omdat ze deze ziekte dodelijk kan zijn. Penicilline kan niet gebruikt worden omdat cavia’s penicilline niet verdragen.

Oogverwondingen komen ook nog wel eens voor en worden behandeld met oogzalf en meestal treedt binnen een week verbetering op.
Abcessen komen vaak voor op de voorkant van de cavia en deze ontstaan vaak door irritatie van gedroogde distels in het hooi. Laat het abces rijp worden, waarna deze vanzelf open gaat.
Daarna wordt de wond behandeld met een antibioticum en/of wondzalf.

Haaruitval kan ontstaan rond het einde van de dracht of door een vitamine B te kort in de voeding.
Ongedierte dat vaak in de zomer voorkomt is haarluis, die met het blote oog zichtbaar is aan de haarbasis. Ook mijten en schimmel komen voor. Cavia's met mijten hebben vaak jeuk en bijten regelmatig in de beharing. De schurftmijten en haarluizen zijn goed te behandelen. Schimmel kan behandeld worden met schimmelzalf voor mensen.
Nagels worden regelmatig gecontroleerd en de punten kunnen bijgeknipt worden.

Verstopping van de endeldarm komt voor bij wat oudere beren. De klont ontlasting moet worden verwijderd door de verzorger. Daarna wordt de plek schoongemaakt en met vaseline of olie ingesmeerd. Meestal zijn deze beren niet meer geschikt voor de fokkerij.
Verkoudheid vormt een apart probleem. Een verkouden verzorger kan de cavia’s ook besmetten. Gebruik dan een mondkapje of laat een paar dagen de dieren verzorgen door een ander, als dit mogelijk is. Voorkomen is beter dan genezen.
Een apart probleem vormt huidschimmel (ringworm) bij de cavia, die soms wordt overgedragen op de mens. Dit probleem kan opgelost worden door onmiddellijk deze aangetaste plekken te behandelen. Het hok van de besmette cavia moet ook direct grondig schoongemaakt en ontsmet worden.

Nazorg en herintroductie van het genezen dier
Cavia’s die tijdelijk uit een groep dieren zijn gehaald vanwege een ziekte kunnen na genezing gemakkelijk weer in de groep terug geplaatst worden.
Deze introductie moet wel goed in de gaten worden gehouden om te zien of het dier inderdaad weer helemaal genezen is.

Als behandeling niet helpt
Mocht de behandeling niet helpen, dan moet het dier uit zijn lijden verlost worden. Kan of wil men dit zelf niet doen, dan is de dierenarts de aangewezen persoon.