Ziektebestrijding

Intro
Kleine knaagdieren zijn over het algemeen sterke, vitale dieren. Met een goede voeding, verzorging en huisvesting blijven de dieren in prima conditie.
Dit hoofdstuk geeft informatie over het omgaan met zieke dieren.


Deze rat is gezond, maar opletten is nodig

Herkennen en isoleren van zieke dieren
Zieke dieren vallen onmiddellijk op, omdat een ziekte meteen effect heeft op het gedrag.
Een ziek dier kan zijn soortgenoten besmetten en moet dan ook direct apart worden geplaatst.
Zorg voor een schone kooi met alleen een drink- en etensbakje en een klein beetje bodembedekking zodat het zieke dier goed bekeken kan worden. Deze dieren krijgen even geen groenvoer en fruit meer.
Zorg wel voor de meest strenge hygiëne, omdat sommige huidziekten ook besmettelijk voor de mens kunnen zijn.

Welke ziekte is het en wat kun je doen
De eerste symptomen van ziekte van de luchtwegen zijn vaak een uitstaande vacht, in elkaar gedoken zitten, vochtige ogen, een reutelende ademhaling, veel niezen en doffe ogen.
Een verkleefde anusstreek en diarree duiden meestal op een darmaandoening of de zeer besmettelijke ziekte ‘Wet-Tail’. Haaruitval, kale plekjes en veel krabben wijzen op een huidziekte of parasieten.
Met bultjes is het oppassen omdat ze vaak duiden op kanker of onderhuidse ontstekingen. Helaas zijn de kleine knagers hiervoor nogal vatbaar.
Sterk gewichtsverlies en kwijlen kan wijzen op een gebitsafwijking, oververhitting of diabetes.
Rillen, apathie of koorts is vaak het gevolg van oververhitting, shock of longontsteking.

Wordt het ernstig dan is het nodig naar de dierenarts te gaan, bij voorkeur een dierenarts die ervaring heeft met of bereid is om kleine knagers te behandelen.
Reken er op dat de dierenarts veel vragen stelt over het verloop van de ziekte, zodat hij/zij een goede diagnose kan stellen.

Kleine knaagdieren worden bij een goede verzorging en een beetje geluk gemiddeld twee tot drie jaar oud. Oudere dieren eten minder en het is normaal dat er gewichtsverlies optreed. Gedraagt het dier zich verder wel normaal, dan heeft het geen ziekte onder de leden.

Nazorg en herintroductie van het genezen dier
Knapt het zieke dier weer op, dan kan ze weer terug geplaatst worden. Is het dier toch nog verzwakt, dan moet goed in de gaten worden gehouden of het dier weer wordt geaccepteerd.
Is dat niet het geval, dan moet het dier nog verder aansterken en wordt het terugplaatsen later nog eens herhaald.

Als behandeling niet helpt
Mocht de behandeling niet helpen, dan moet het dier uit zijn lijden verlost worden. Kan of wil men dit zelf niet doen, dan is de dierenarts de aangewezen persoon.