Fokken

Intro
Bij veel dierenliefhebbers ontstaat na verloop van tijd ook de wens om jonge dieren is fokken. Niets is zo mooi als ouderdieren met hun opgroeiende jongen dagelijks te kunnen volgen. Er is echter ook een maar aan verbonden. Er is wel kennis voor nodig.
Wil men bovendien jonge dieren fokken die zoveel mogelijk aan de raskenmerken voldoen dan vraagt dat ook weer extra kennis.
Er moet ook voldoende ruimte zijn voor de jonge dieren en niet alleen als ze nog klein zijn, maar ook later als ze volgroeid zijn. Is deze ruimte er niet, dan ontstaat er al snel overbevolking met alle problemen van dien.
Begin er dan (nog) niet aan en zorg eerst voor voldoende hokken voor de jonge dieren.

Keuze van de fokdieren
Niet alle dieren zijn geschikt voor de fok.
Voor het fokken worden alleen dieren gekozen die gezond zijn en altijd gezond zijn geweest. Belangrijk is ook te letten op een goed karakter.
Fok ook niet met dieren die een ziekte hebben gehad of geboren zijn uit ouders die ernstige ziekten hebben gehad.
Fokken met dieren die te nauw verwant aan elkaar zijn geeft meer kans op problemen. Deze nauwe verwantschap brengt aanwezige erfelijke afwijkingen sneller aan het licht.
De gekozen fokdieren moeten ook de specifieke eigenschappen bezitten die bij het ras horen. Al deze raseigenschappen zijn in de standaard beschreven.
Deze eigenschappen moeten ook bij de jonge dieren terug komen of nog beter worden. Op deze uiterlijke raseigenschappen worden de dieren later op tentoonstellingen beoordeeld.
Maar ook als gefokt wordt om een paar jonge dieren erbij te hebben is het nodig dezelfde zware selectiecriteria te gebruiken, anders verliezen de dieren in de loop van de tijd hun raseigenschappen.

Bevruchting
Konijnen zijn, afhankelijk van de grootte van het ras, geslachtsrijp op een leeftijd van zeven tot tien maanden.
De voedster (vrouwelijk konijn) is gemiddeld elke drie weken bronstig en bereid tot een paring. Als een voedster gedekt moet worden, wordt zij altijd in het hok van de ram (mannelijk konijn) geplaatst en nooit andersom. In het laatste geval reageert de voedster meestal vijandig op de ram.
Als de dekking niet snel gebeurt, is het beter de voedster weer uit het hok van de ram te halen. Enkele uren later wordt het dan nog een keer geprobeerd.

Omgaan met drachtige dieren
Als de bevruchting heeft plaats gevonden zien we ruim vier weken later dat de voedster haar uit haar vacht (vooral van de buik) gaat plukken. Hierdoor maakt ze de tepels vrij voor het zogen en het haar wordt samen het stro gebruikt om een nest te maken.
Bij dwergrassen is het vaak raadzaam om een nestkastje te gebruiken. Dit nestkastje wordt een week voor het werpen in het hok geplaatst.
De dracht van een voedster duurt ongeveer 31 dagen.
In deze periode wordt de voedster met rust gelaten. Wel is het goed de drachtige voedster wat extra krachtvoer te geven.

Als de jonge konijnen geboren zijn is het belangrijk ze met rust te laten. Wel moet gecontroleerd worden of er ook doodgeboren jongen zijn. Deze worden uiteraard uit het nest gehaald.
De jongen worden volledig hulpeloos, onbehaard en met gesloten ogen geboren. Pas na negen dagen gaan de ogen open.
Voedsters hebben acht tepels. Zijn er meer jongen geboren, dan moet het aantal terug gebracht worden naar acht of bij voorkeur naar zes.
Dwergkonijnen krijgen meestal niet meer drie of vier jongen, maar ook kleinere nestjes komen vaak voor.

Als de jongen tien dagen oud zijn moet gecontroleerd worden of de ogen open zijn. Is dit niet het geval, dan moeten de ogen uiterlijk op een leeftijd van elf of twaalf dagen voorzichtig open gemaakt worden.
Als dit niet wordt gedaan, blijven de dieren blind.
Een voedster met jongen mag de hele dag een volle bak met voer hebben. Zij moet zeker zes weken voldoende melk produceren om de jonge konijnen goed te laten opgroeien.
Na een week of zes kunnen de jongen bij de voedster weggehaald worden. Zij worden dan gespeend.
Het weghalen van de jongen wordt niet allemaal tegelijk gedaan, maar verspreid over een aantal dagen. Eerst worden de twee grootste jongen weggehaald en een dag of twee later weer enkele jongen. Het stoppen van de melkproductie bij de voedster heeft dan een geleidelijker verloop.
Het is niet aan te raden een voedster in een jaar meer dan drie nesten met jongen te laten krijgen.

Opfokken van jonge dieren
De eerste weken na het spenen kunnen twee of drie jonge dieren bij elkaar in één hok geplaatst worden. Toch is het beter al vrij snel de jonge dieren apart in een hok te plaatsen. Voor de ontwikkeling en de groei van het dier is dit het beste.
Bovendien is dan onmiddellijk te zien als één van de dieren wat slechter eet.

Tatoeëernummer
Op een leeftijd van zes weken worden de jonge konijnen voorzien van een nummer in het oor. Dit is het tatoeëernummer. Het tatoeëren wordt gedaan door een persoon van de plaatselijke kleindierenvereniging.
Met dit nummer is altijd te achterhalen wie de fokker van het konijn is.
In het rechteroor worden twee verenigingsletters en het laatste cijfer van het jaartal getatoeëerd. In het linkeroor is het eerste cijfer de letter van de maand en de andere cijfers zijn volgnummers. Aan deze tatoeëring is altijd de leeftijd van het dier af te lezen, evenals bij welke vereniging de fokker is aangesloten.

Continu selecteren tijdens opfok
Fokken betekent ook selecteren. Jonge dieren worden regelmatig op hun ontwikkeling gecontroleerd. Jonge dieren die niet gelijkmatig opgroeien en/of lichamelijke afwijkingen vertonen worden nooit perfecte vertegenwoordigers van het ras. Deze dieren moeten niet aangehouden worden om er verder mee te fokken. Door alleen met de beste dieren te fokken blijft het ras zuiver en vitaal en met de juiste raskenmerken.
Het is belangrijk om al vroeg te selecteren bij de jonge dieren. Meestal kunnen op een leeftijd van vier weken al aardig de mooiste jonge dieren geselecteerd worden.
Bij tekeningdieren kan dit al vanaf de geboorte. De mindere dieren kunnen het beste zo snel mogelijk naar een andere eigenaar gaan.
Op deze manier wordt hokruimte en voer bespaard.