Geschiedenis

Ontstaan van de diergroep
In de kleindierliefhebberij behoren pauwen, kalkoenen, parelhoenders, fazanten, wilde kamhoenders, frankolijnen, patrijzen, kwartels en oorspronkelijke (wilde) duiven tot de siervogels. Het woord ‘sier’ betekent tooi en pronk. Siervogels zijn ook met recht fraaie pronkvogels.
In het verleden werden deze groepen siervogels meestal en soms exclusief gehouden door de welgestelden in kasteeltuinen, op landgoederen en bij luxe buitenhuizen. Pas later werden deze dieren meer gemeengoed, hoewel ze niet zomaar door iedereen gehouden kunnen worden.
De kleinere soorten zoals kwartels en lachduiven zijn gemakkelijk in een kleine ruimte te houden, waardoor de populariteit van deze siervogels toeneemt.

himalaya fazantHimalaya fazanten: de haan baltst voor zijn hen

Domesticatie
De siervogels worden ingedeeld in twee groepen: de soorten die gedomesticeerd zijn en de niet-gedomesticeerde (of oorspronkelijke) soorten.
Kalkoenen, parelhoenders, japanse kwartels en lachduiven zijn gedomesticeerd. De overige soorten worden als niet-gedomesticeerd beschouwd. De voorouders van onze kalkoenen leven in Midden Amerika, waar van oorsprong twee wilde kalkoensoorten voorkwamen. De Honduras-kalkoen is in haar oorspronkelijke vorm gebleven en is dus niet gedomesticeerd. Uit de Mexicaanse kalkoen zijn door domesticatie onze huidige rassen kalkoenen ontstaan.

De parelhoenders komen uit Afrika uit gebieden ten zuiden van de Sahara. De oorspronkelijke parelhoenders kennen vier geslachten met daarbinnen vele soorten: Gierparelhoenders, Kuifparelhoenders, Bosparelhoenders en als laatste de Helmparelhoenders waaruit de bekende gedomesticeerde parelhoenders zijn ontstaan.
 
De pauwen vinden hun oorsprong in Azië en dan vooral in India, Sri Lanka, Maleisië en Indonesië. Er is één pauwensoort, de Congo pauw, die uit Afrika stamt. De laatst genoemde soort zien we vrijwel alleen in dierentuinen en vogelparken.

Fazanten zijn nauw verwant aan de pauwen en vinden hun oorsprong in Azië.
Deze soorten bestrijken echter een veel groter gebied en komen voor in de Himalaya, de hooggebergten van Japan en Sri Lanka, maar ook in de laaglanden van Maleisië en de Filippijnen.
Het meest bekend zijn de zogenaamde bosfazanten met als officiële naam Edelfazanten. Deze naam kregen ze omdat alleen de edelen op deze dieren mochten jagen.

Rode patrijs

Frankolijnen, patrijzen en kwartels behoren tot de kleine hoenderachtigen.
De Japanse kwartels in ons beschermde milieu verschillen van de oorspronkelijke Japanse kwartels. Dit geldt nog sterker voor de Japanse kwartels die gehouden worden in de commerciële kwartelhouderij voor de ei- of vleesproductie.
Een wereldwijd bekende gedomesticeerde duif is de lachduif, die al ruim 4 eeuwen door de mens wordt gehouden. Waarschijnlijk is de lachduif al vanaf het begin gehouden voor de gezelligheid of uit bijgeloof.
Pas rond 1883 schreef een Engelsman als eerste dat de lachduif waarschijnlijk de tamme vorm is van de Afrikaanse tortel. En hij had gelijk.

Een prachtige siervogel: de bekende lachduif

De bekende diamantduif wordt al meer dan 2 eeuwen door de mens gehouden. Samen met de eerste grasparkieten kwamen de eerste diamantduiven uit Australië naar Europa en begon de populariteit van deze kleine duif.

Biodiversiteit
Bij biodiversiteit wordt gedacht aan het bewaren van de in het verleden ontstane rassen met hun gebruikswaarde voor de mens. Een doelbewuste domesticatie vanwege een ‘nutwaarde’ voor de mens heeft alleen plaats gevonden bij de kalkoenen en japanse kwartels. De nutwaarde van deze kwartel wordt gevormd door de formidabele legkracht en de productie van kwaliteitsvlees.

De diversiteit bij de andere siervogels is meer ontstaan uit sportieve uitingen, maar daarom niet minder interessant om te bewaren. De vele liefhebbers en fokkers zorgen daarvoor.