Ziektebestrijding

Intro
Bij alle dieren komen ziekten, afwijkingen en gebreken voor. Het is niet mogelijk deze allemaal te beschrijven of om precies aan te geven hoe de liefhebber moet handelen.
Gebreken zijn voor het geoefende oog snel te zien.
Dat begint bij de geboorte met skeletafwijkingen, afwijkingen aan poten of snavel. Aan dit soort gebreken is niets te doen. In de vrije natuur zijn deze kuikens de eerste prooi van roofdieren. De natuur zorgt er zelf voor dat deze dieren niet opgroeien.
Ook de liefhebber moet dit erkennen en handelend optreden. Dieren met afwijkingen laten leven is niet diervriendelijk.
In dit hoofdstuk wordt geprobeerd enige handvatten te geven voor de behandeling van zieke dieren.

Herkennen en isoleren van zieke dieren
Zieke dieren vertonen vaak lusteloos gedrag. De kop hangt vaak naar beneden, het dier waggelt moeizaam voort, zondert zich af en eet vaak niet meer. Het is moeilijk de specifieke ziekte te herkennen, behalve als het uitwendige beschadigingen zijn.
Zodra een dier afwijkend gedrag vertoont, wordt dit dier geïsoleerd van de andere dieren. Zieke dieren worden vaak het doelwit van gezonde dieren en brengen de ziekte misschien ook op andere dieren over.
Plaats deze dieren in een aparte ruimte en met schoon water en zorg dat het voer niet bevuild kan worden. Belangrijk is ook om de bodembedekking schoon te houden.

Welke ziekte is het en wat kun je doen
Het herkennen van darmziekten is soms mogelijk, omdat de mest van zieke dieren afwijkt van die van gezonde dieren.
Een antibioticakuur kan in een beginstadium helpen. Soms vormen ingewandswormen een probleem. Door een op de leeftijd van het dier afgestemde wormkuur te geven is het probleem vaak opgelost.
Soms wordt preventief in het vroege voorjaar een wormkuur gegeven en nog eens herhaald in het najaar. Een wormkuur kan met een injectie toegediend worden.
Er zijn ook wormkuren die door het voer gemend worden.

Bij watervogels kunnen ook bacterie- en virusziekten voorkomen. Het begin van een ziekte uit zich vaak in het gedrag van de dieren. Tonen de dieren afwijkend gedrag of groeien ze slecht, dan is er waarschijnlijk een ziekte in het spel.
Bij weinig ervaring met ziekten bij watervogels is het onverstandig om zonder deskundige begeleiding zelf geneesmiddelen te gaan gebruiken. De dierenarts is de specialist, maar ervaren watervogelfokkers zijn vaak ook in staat hulp te bieden.
Ga nooit met het dier naar een collega-fokker toe (besmettingsgevaar). Beter is het deze persoon te vragen of te komen kijken wat er mogelijk aan mankeert. Gaandeweg leert men hierdoor zelf ook beter de ziekte (sneller) te herkennen en dat is in het voordeel van de dieren.

Een probleem dat zich nog wel eens voor doet is het ‘lek worden’. Zowel bij jonge als oude dieren komt dit voor. De veren zijn niet goed ontwikkeld of vet genoeg en daardoor dringt water door tot op de huid van de dieren.
De borst- en buikbevedering bij jonge dieren is soms niet goed ontwikkeld als gevolg van een worminfectie. Het toedienen van een wormmiddel lost dit probleem op.
Als oudere dieren lek worden kan dit ook het gevolg zijn van een worminfectie.
Ook een oorzaak is het verstopt raken van de vetklier, die op de stuit zit. Het losmaken van de vetklier door deze te masseren kan het probleem oplossen.
Lek worden wordt ook veroorzaakt door het ontbreken van voldoende schoon water.
Een verminderd weerstandsvermogen (soms door te sterke inteelt) kan ook een oorzaak zijn van lek worden.
Parasieten als veermijten beschadigen de veren met lek worden als gevolg. Een behandeling met een antiparasitair middel lost dat probleem op.
De vetklier kan ook ontstoken zijn, opgezwollen en rood van kleur. In dit geval wordt een dierenarts ingeschakeld.

Nazorg en herintroductie van het genezen dier
Knapt het zieke dier weer op, dan kan het weer terug geplaatst worden.
Is het dier toch nog verzwakt, dan moet goed in de gaten worden gehouden of het dier weer wordt geaccepteerd. Is dat niet het geval, dan moet het dier nog aansterken en wordt het terugplaatsen later nog eens geprobeerd.

Als behandeling niet helpt
Helpt geen enkele behandeling, dan is het aan te raden het dier uit zijn lijden te verlossen. Kan men dit zelf niet doen, dan is de dierenarts de aangewezen persoon.