Aanpassingen van de standaard cavia’s en kleine knagers 2013 en 2014.

Aanpassingen van de standaard cavia’s en kleine knagers 2013 en 2014 zullen worden uitgereikt op de jaarvergadering van de KKV in April 2014.
Afdeling cavia’s.
blz.  136 Cavia Alpaca                 genetische symbolen:ll rx rx
puntenschaal van blz. 137 toevoegen + toepassingen
3. Kleur en kleurverdeling zie blz. 137
4. Veerkracht, structuur en golving. Tekst blz. 141 punt 4
5. Kop- en lichaamsbeharing.


Kopbeharing. Door de rozetvorm rond de ogen en de langere beharing valt het haar naar voren en vormt daardoor de pony. De pony dient de snuit geheel te bedekken. De beharing van de snuit is ongeveer 1 cm. Lang en vrijwel rechtop ingeplant. Op de wangen, achter de snorharen , wordt de beharing langer. De beharing langs de kaakranden en wangen vormen de baarden.
Lichaamsbeharing. Door een scheiding op de rug hangen de schouder- en zijdebeharing als manen langs de flanken af. Op de achterhand bevinden zich 2 rozetten, die de beharing zowel naar de pony uitspreiden als op de achterhand de sleep vormen. De rozetten bij oudere dieren met een volle beharing moeilijk te vinden. De sleep vormt een vloeiend geheel met de beharing van de zijden en de pony. De onderste 2 á 3 cm. Op de flanken zijn gekruld, idem de buikbeharing.
6. Beharingslengte en inplanting.
Een tentoonstellingsdier heeft een lichaamsbeharing en sleep van 20 á’25 cm. Of langer en is rondom van een gelijke lengte. De lange beharing is dicht en vol ingeplant, stevig van structuur. Bepalend is niet de lengte, maar de dichtheid van de haarinplanting en structuur. Bij een zeer hoge kwaliteit van de beharing is deze echter sterk gekruld. Zeugen vertonen als regel een iets betere haarstructuur. Langharige dieren moeten zonder papilloten aan de keurmeester gepresenteerd worden.
Lichte fouten: Iets weinig haarinplanting, iets onregelmatige lengte van de beharing, iets harde en stugge beharing. Iets weinig glans,Iiets klitvorming. Iets korte of onregelmatige lengte van de pony. Iets weinig baarden. Iets korte schouder- en/of zijde beharing. Iets korte sleep. Iets weinig gekrulde- golvende lichaamsbeharing. Iets weinig structuur en veerkracht.
Zware fouten: Te dunne haarinplanting. Te onregelmatige lengte van de beharing. Te harde en stugge beharing,  klitvorming, of kale plekken. Te korte of te onregelmatige pony. Te weinig baarden, te korte schouder- en/of zijdebeharing. Te korte sleep, te hoog of te laag geplaatste achterhandrozetten, te weinig gekrulde buikbeharing of te dun behaard. Te weinig gekrulde of geolfende beharing. Te weinig structuur en veerkracht. Extra rozetten. Beharing korter dan 15 cm.

blz. 183 cavia goud donker-oog                genetische symbolen:  aa bb ee PP
Positie 4 Dekkleur.
De kleur is warm oranje op het gehele lichaam, inclusief kop en benen. De kleur dient egaal te zijn zonder vlekken en/of strepen. De snorharen zijn licht oranje.  Oren en voetzolen zijn vleeskleurig zonder pigmentatie. Nagelkleur hoornkleurig. Oogkleur is donkerbruin.
Positie 6 Onderkleur.
De onderkleur van dek- en buikkleur is warm goudoranje tot aan de basis.

blz. 184 Goud rood-oog + positie 6 en foutjes wegwerken.

blz. 204 Magpie.
Erbij lichte fouten: Over de denkbeeldige lijn heengaande kleurvelden en/of band vorming. Iets grote of iets kleine kleurvelden. Iets brindle in de éénkleurige kleurvelden. Iets minder intens gekleurde ogen, oren, voeten en nagelkleur. Blesvorming bij haarstructuur cavia’s.
Erbij zware fouten: Te onregelmatigen kleurvelden. Te grote- of te kleine kleurvelden. Minder dan drie kleuren aan één zijde. Te onscherp begrensde kleurvelden. Meer dan één bandkleur vormende kleurvelden, uitgezonderd de groep haarstructuur cavia’s.  Minder dan 20 % van één kleur aan een zijde. Te veel brindle in de éénkleurige kleurvelden. Voeten en nagelkleur niet passend bij de hoofdkleur van de kleurvelden waarin deze zich bevinden.

KLEINE KNAGERS.
Tamme ratten.
Dumbo .
In de jaren negentig van de twintigste eeuw werden de eerste dumbo ratten gefokt in Amerika. De dumbo rat heeft extra grote, laag aangezette oren, die wijd uitstaand gedragen worden. De vorm van het grote, ronde oor kaniets verschillen van vorm, maar de voorkeur gaat uit naar de meer ronde vorm van de C. Type en bouw is wat gedrongener en vooral de kopvorm is verschillend met de normale tamme rat. Meestal is het karakter zachter, kalmer en rustiger, maar uitzonderingen bestaan altijd. De dumbo rat is erg populair en vermoedelijk komt dit door de uitstraling van de kop, waardoor het dier als vertederd over komt.
Voorlopig erkend tot 1 April 2016.
Blz.343 Dumbo rat             genetische symbolen: dudu
Puntenschaal voor de dumbo rat.
1.    Type, bouw en staart                                                                20 punten
2.    Beharing en beharingsconditie                                                  10 punten
3.    Buik- en onderkleur                                                                    10 punten
4.    Dekkleur, c.q. ticking, tekening, uitmonstering/verzilvering        15 punten
5.    Kop en ogen                                                                               15 punten
6.    Oren en inplanting                                                                      15 punten
7.    Conditie en verzorging                                                               15 punten
Type, bouw en staart.
Het type is iets compacter en gedrongener dan de tamme rat. De staart moet minimaal dezelfde lengte hebben als het lichaam, maar mag langer zijn. Vanaf de inplanting tot het einde van de staart moet deze smaller worden zonder afwijkingen. De staart moet duidelijk dikte hebben aan de basis. Verder zoals bij de tamme rat, idem lengte en gewicht. De nek is zeer kort en loopt geleidelijk over in de schouderpartij.
2. Beharing en beharingsconditie. Zie blz. 306
3. Buik en onderkleur.  Zie erkende kleuren.
4. Dekkleur, c.q. ticking, tekening, uitmonstering en verzilvering. Zie erkende kleuren.
5. Kop en ogen.
De kopvorm is wigvormig met een niet te spitse neus. De brede kop laat goed ontwikkelde wangen zien. De schedel en het neusbeen zijn licht gebogen. De verhoudingen van de kop en lichaam moet met elkaar in evenwicht zijn. De kop van de man is forser dan bij de vrouw. De ogen zijn amandelvormig.
6. Oren en inplanting.
De oren zijn aan de zijkant geplaatst en staan loodrecht op de zijkant van de kop. De oorstructuur moet stevig zijn. De oren moeten open zijn en vrij van bochten, plooien, rimpels, golven en beschadigheden. De oren mogen niet te klein zijn in verhouding tot de kop. De oren zijn rond en groot en hebben een C-vorm. De inplanting is laag en mag niet boven de lijn gaan die loopt van de neusopening naar de bovenkant van de oorinplanting.
7.Lichaamsconditie en verzorging. Zie blz. 304.
Lichte fouten:
Iets afwijkende kopvorm, iets afwijkende oogvorm, iets afwijkende oorvorm en/of inplanting + alle fouten blz. 304
Zware fouten: te afwijkende kopvorm. Te afwijkende oogvorm, te afwijkende oorvorm en/of inplanting + alle fouten blz. 304


Syrische hamster
  Blz.624 Honing             genetische symbolen: man AAppTo, vrouw AApp ToTo.
Voorlopig erkend tot 1 April 2015
4.Dek- en buikkleur.
De kruising oranje x geel geeft de honingkleur. De dekkleur is geel-oranje tot aan de basis. De buikkleur is ivoorkleurig, bijna wit. De beenkleur is aan de buitenzijde gelijk aan de buikkleur en aan de binnenzijde gelijk aan de buikkleur. Snorharen zijn lichtgekleurd. De oren zijn heel licht cinnamon gekleurd.  De oogkleur is zeer donkerrood. De voeten, voetzolen en nagels zijn licht gekleurd. De borstband is zacht cinnamon-oranje.
5.Onderkleur van dek- en buik.
De onderkleur van de dek- en buikkleur is ivoorkleurig, bijna wit.
6. Kleine-, grote halvemanen en kaakstreep.
De kleine- en grote halve maan hebben de kleur gelijk de buikkleur. De kaakstreep is zacht cinnamon-oranje.
Lichte fouten: Iets waas of lichte ticking bij volwassen dieren. Iets lichte borstband of kaakstreep. Plus alle lichte  fouten van blz. 617
Zware fouten: Te zware ticking bij volwassen dieren, ontbreken van de kaakstreep en/of borstband. Plus alle zware fouten van blz. 617.

Blz. 632 Chocolade (sable choclade)        genetische symbolen: aa UU ee bb
Voorlopig erkend tot 1 April 2015.
4. Dekkleur. De kleur is ontstaan uit de kruising rust x crème donker-oog  x  rust.  De dekkleur is warm midden chocoladebruin over het gehele lichaam. De beenkleur aan de buitenzijde is gelijk aan de dekkleur. De snorharen zijn midden chocoladebruin. De oorkleur is midden chocoladebruin. De oogkleur is zwart. De voetkleur is wit. Voetzolen en nagels zijn kleurloos.
5. Buikkleur. De buikkleur is gelijk aan de dekkleur, soms iets matter van kleur.
6. Onderkleur van dek- en buik. De onderkleur van dek- en buik is midden chocoladebruin.
Lichte fouten: Iets donker bruine dek- en/of buikkleur. Iets roest. Iets afwijkende onderkleur. Plus alle lichte fouten van blz. 629.
Zware fouten: Te donker bruine dek- en/of buikkleur. Te veel roest. Te afwijkende onderkleur. Plus alle lichte fouten van blz. 629.

Russische dwerghamsters.
 Blz. 668 Parel wildkleur             genetische symbolen AADDPePe
Voorlopig erkend tot 1 April 2015.
4. Dek- en buikkleur. De dekkleur is ivoorkleurig met een fijne donkergrijze ticking. De ticking is op de voorhand iets lichter en op de kop iets zwaarder van kleur. Op de flanken is de driebogenlijn , de scheiding tussen de dek- en buikkleur. De aalstreep op de rug is donkergrijs. De bogenlijn op de flanken moet ononderbroken zijn. De aftekening van de bogen is donkerder dan de dekkleur. Onder de bogenlijn geen ticking. De buikkleur is helderwit. De benen zijn gelijk de buikkleur. Snorharen kunnen aan de bovenzijden gekeurd of wil zijn en aan de onderzijde wit. De oorkleur is grijs. De oogkleur is zwart.
5. Onderkleur van dek- en buik. De onderkleur van dek is lichter dan het dek en de onderkleur aan de buik is wit.
6. Uitmonstering. Zie algemene beschrijving op blz. 663.
Lichte fouten: Iets onregelmatige ticking. Iets lichte- of donkere dekkleur of vlekken. Iets donker gekleurde kop of achterhand. Iets donkere oren. Niet zichtbaar zijn van de gehele bogenlijn. Bij oudere dieren iets bruine waas. Plus alle licht fouten genoemd op blz. 663.
Zware fouten: Te onregelmatige ticking en/of vlekken. Te lichte of te donkere dekkleur. Te donkere gekleurde kop, oren, achterhand of bogen. Niet zichtbaar zijn de bogenlijn of aalstreep. Plus alle genoemde zware fouten op blz. 663

Campbelli dwerghamster.
 grijswildkleur (zilver agouti)            genetische symbloen: AAsgsg
 Voorlopig erkend tot 1 April 2015
4. Dek- en buikkleur. De dekkleur is donkergrijs met zilverkleurige ticking. De aalstreep is zeer donkergrijs, tegen het zwart aan gekleurd. De aftekening van de bogen, de scheiding van dek- en buikkleur is intenser en donkerder dan de dekkleur, gevolgd door de zilverkleurige bogenlijn. De buikkleur is wit. De snorharen boven is gelijk aan de dekkleur en de onderste laten de buikkleur zien. De oorkleur is gelijk aan de dekkleur. Aan de binnenzijde van de oren, achter de oren en boven de ogen is de kleur iets lichter. De oogkleur is zeer donker, tegen het zwart aan. De beentjes zijn wit. De voetzolen en nagels zijn pigmentloos.
5. Onderkleur van dek- en buik. De onderkleur van dek- en buik is donkerleiblauw.
Lichte fouten: Iets lichte of onregelmatige dekkleur en/of ticking. Iets lichte onderkleur, aalstreep en bogenlijn, Iets lichte onderkleur, aalstreep en bogenlijn. Iets lichte onderkleur in borst. Iets ticking op de flanken onder de bogenlijn. Iets pigment in voeten en nagels. Plus alle genoemde lichte fouten op blz. 663.
Zware fouten: Te lichte of te onregelmatige dekkleur of ticking. Te lichte onderkleur, aalstreep en bogenlijn. Te veel ticking op de flanken onder de bogenlijn. Te veel pigment in voetzolen en nagels. Plus alle genoemde zware fouten op blz. 663.

Blz. 447 Driekleur muis         genetische symbolen: nog niet bekend
Voorlopig erkend tot 1 April 2015.
4. Dek- en buikkleur. De driekleur muis is erkend in alee in Nederland erkende kleuren en/of kleurcombinatie’s. De staart, oren, ogen, snorharen, voetzolen en nagelkleur moeten de kleur hebben ven de kleurveld waarin deze zich bevinden.
5. Onderkleur van dek- en buikkleur. De onderkleur volgt de kleur zoals beschreven in de standaard.
6. Tekening c.q. uitmonstering. Op de rug en flanken zijn duidelijk drie verschillende vlekken te zien.  Vlekken aan de onderzijde van de flanken en aan de buik verhogen de waarde. De vlekken moeten niet door elkaar lopen.
Lichte fouten: Iets afwijkende kleur en vlekken. Iets samenhangende tekening. Iets brindeling in de éénkleurige vlekken. Plus alle lichte fouten van 429.
Zware fouten: Te afwijkende kleur en vlekken. Te samenhangende tekening. Te veel brindeling in de éénkleurige vlekken.

Blz. 504 en 525 moet eruit. De voorlopige erkenning van de zilver nootmuskaa tMongoolse Gerbil is ingetrokken i.v.m. het niet inzenden van dieren.

Aanvullingen 2013
Afdeling cavia’s.
 Blz 141 t/m 143 de Merino cavia en Blz 163 t/m 167 de Solid cavia.
Verbeteringen;
Blz.137  positie 4 tekst eruit en moet worden die van blz.141  positie 4.
Blz. 138 en 142 positie 6 bijwerken; beharingslengte  moet 20-25 cm. Worden i.p.v. 15 cm. Dit is in de loop van de tijd achterhaald door kwaliteit verbetering.
Afdeling kleine knagers.
Blz. 501 Sundervall moet Sundevall zijn dus 3x de r eruit. Plus blz. 504 1x