Kleine knaagdieren

Kleine knaagdieren zoals tamme ratten, kleurmuizen, gerbils en hamsters zijn aantrekkelijk als huisdier en voor fokkers omdat ze zich gemakkelijk aanpassen.

Kleine knaagdieren

Handige links

Wist je dat KLN voor zowel leden als niet leden veel te bieden heeft? 

Kleine knaagdieren

Kleine knaagdieren kunnen zeer tam worden, vooral als ze al op jonge leeftijd aan mensen wennen. Een nadeel is dat een aantal soorten voornamelijk nachtdieren zijn. De kleine knagers zijn als huisdier erg populair geworden omdat ze zich zo gemakkelijk aanpassen. De verzorging vormt geen probleem en ze kunnen op of in een beperkte ruimte worden gehouden. Ze planten zich snel voort, waardoor er al een groot aantal variëteiten zijn gefokt.

Door al deze factoren zijn ze erg aantrekkelijk als huisdier en voor fokkers. Vooral de muizen en tamme ratten zijn niet te vergelijken met hun wilde soorten. Door hun zachte karakter zijn het ideale huisdieren voor kleine en grote kinderen.

Op shows en keuringen zien we de volgende soorten:

  • Tamme ratten
  • Kleurmuizen
  • Gerbils (Mongoolse gerbil, bleke of egyptische gerbil, sundevall gerbil en dikstaart gerbil)
  • Hamsters (Syrische hamster, Russische hamster, chinese dwerghamster en campbelli dwerghamster)

Voor iedereen is er wel een keus, bijna alle soorten komen in veel kleuren en soms ook zeer speciale tekeningspatronen voor. Daarnaast komt ook langhaar, satijnhaar e.d. in beperkte mate voor.

Bij kleine knaagdieren ligt de grens van oud en jong bij: 

  • tamme ratten: jong t/m 5 maanden
  • gerbils: jong t/m 5 maanden
  • hamsters: jong t/m 16 weken
  • muizen: jong t/m 10 weken

Ontstaan van de diergroep

Kleine knaagdieren vormen ruim eenderde van alle zoogdieren op de wereld. Omdat deze dieren zo klein en vaak onopvallend zijn valt dit grote aantal niet op. In de kleindierliefhebberij kennen we vier groepen kleine knaagdieren:

  • Tamme ratten
  • Kleurmuizen
  • Hamsters
  • Gerbils

De kleine knaagdieren zijn als huisdier populair geworden omdat ze zich zo gemakkelijk aanpassen. De verzorging vormt geen probleem en ze kunnen op of in een beperkte ruimte worden gehouden. Ze planten zich snel voort, waardoor er al een groot aantal variëteiten zijn gefokt.

 Kleine knaagdieren kunnen tam worden, vooral als ze al op jonge leeftijd aan mensen wennen. Een nadeel is dat de meesten nachtdieren zijn. Kleine knaagdieren worden veel gebruikt in wetenschappelijk onderzoek. Redenen hiervoor zijn hun kleinheid, de lage voerkosten, de snelle generatiewisseling en niet te vergeten hun intelligentie (vooral bij de rat). Deze eigenschappen zijn ook aantrekkelijk voor kleindierliefhebbers.

Domesticatie

De domesticatie van de ratten en muizen is al eeuwen aan de gang. De wilde rat, zoals we die allemaal wel kennen, is eigenlijk de voorvader van de tegenwoordige tamme rat. Toch wordt aangenomen dat ver voor onze jaartelling, al tamme ratten werden gehouden. Uit de 17e eeuw zijn meldingen bekend van albino- en bonte ratten. De echte voorlopers van onze huidige tamme ratten zijn ongetwijfeld de proefratten uit de laboratoria. Sinds het begin van deze eeuw zijn er in de VS en Engeland verschillende variëteiten ontstaan en over de hele wereld verspreid.

Muizen staan al lang in de belangstelling van mensen. Dit blijkt uit de vele prenten en oude munten, waarin hun beeltenis is verwerkt. De oudste geschriften stammen uit China en Japan, ruim 3000 jaar voor onze jaartelling, waarin al over het houden van gekleurde muizen gesproken wordt.

De eerste muizenclub werd in 1895 opgericht in Engeland. In veel landen houden liefhebbers zich nu bezig met het fokken van kleurmuizen. De vele mogelijkheden maken het fokken of houden van muizen tot een boeiende activiteit. Kleurmuizen en in mindere mate ratten zijn net als de hond en de kat geheel gedomesticeerd, waardoor hun uiterlijk en gedrag ingrijpend zijn veranderd.

De hamsters en de gerbils zijn geen gedomesticeerde dieren en lijken nog sterk op de in het wild levende soortgenoten. Wel verschijnen de laatste jaren in snel tempo nieuwe kleurslagen bij de hamsters en de gerbils. Fokkers en liefhebbers beleven hieraan veel plezier.

Biodiversiteit

Gerbil wildkleurBij biodiversiteit wordt gedacht aan het bewaren van de in het verleden ontstane rassen met hun gebruikswaarde voor de mens. Een doelbewuste domesticatie vanwege een ‘nutwaarde’ voor de mens is er bij de kleine knaagdieren niet. De diversiteit is uit sportieve uitingen ontstaat, maar daarom niet minder interessant om te bewaren. De vele liefhebbers en fokkers van kleine knaagdieren in de vele variëteiten en kleurslagen zorgen daarvoor.

De huisvesting voor kleine knaagdieren moet aan speciale voorwaarden voldoen. Het zijn immers knagers en de hokken moeten dus knaagbestendig zijn. Belangrijk bij de huisvesting is dat alle kleine knaagdieren van warmte houden. De beste temperatuur is tussen 18 en 21 graden. Ze kunnen niet goed tegen koude en direct zonlicht. En ze houden zeker niet van tocht en vocht.

De huisvesting wordt ook bepaald door het aantal dieren: gaat het om enkele dieren puur voor de liefhebberij of wordt met kleine knagers gefokt. Dit hoofdstuk geeft richtlijnen voor een goede huisvesting voor kleine knagers voor beide doeleinden.

Hokken

Hokken voor de liefhebber die vaak maar één of slechts enkele dieren wil houden zijn er te kust en te keur. Oude plastic of glazen aquariumbakken zijn geschikt als hok. Er moet wel een goed deksel met ventilatie worden gemaakt. Een houten frame (met het hout aan de buitenkant) met volièregaas voldoet goed.

In grotere aquariumbakken kunnen nog extra plateaus gemaakt worden met trapjes ertussen. Dit geeft meer bewegingsmogelijkheden voor de dieren.
In dierenspeciaalzaken zijn ook prachtige hokken voor kleine knaagdieren te koop, de één nog mooier dan de ander. Een voorwaarde voor elk hok is dat de dieren zich erin kunnen uitleven en dat het hok gemakkelijk schoon gemaakt kan worden. Dit soort hokken kan een handige doe-het-zelver ook zelf maken.

Hokken bij fokkers van kleine knaagdieren zien er meestal anders uit. Groepshuisvesting zoals hierboven beschreven is uitstekend als de dieren niet voor de fok gebruikt worden. Deze hokken zijn ongeschikt als er fokkoppels gevormd worden. Fokkers gebruiken hiervoor meestal kleinere plastic of kunststoffen bakken.

Gerbil agoutiwallPrima geschikt hiervoor zijn curverboxen die te krijgen zijn in verschillende maten. De bakken worden door een ijzeren of hardplastic rooster afgedekt. In dit rooster is een houder gemaakt waarin een drinkfles past. Ook is er een soort ruif ingebouwd waarin knaagdierenbrokken kunnen worden gedaan.

Een serieuze fokker heeft een behoorlijk aantal bakken op voorraad. Daarin worden de fokkoppels geplaatst en later zijn er ook bakken nodig om de jonge dieren te laten opgroeien. In een goede stellage kunnen op deze manier veel hokken in een beperkte ruimte geplaatst worden. Voor de fok zijn deze kleinere bakken prima. Voor de liefhebber zijn ze dat niet, omdat de dieren minder goed zijn te bekijken.

Bodembedekking

Kleine knaagdieren hebben graag een dikke laag bodembedekking, zodat ze erin kunnen graven of wegkruipen. Geschikt materiaal is grof zaagsel (geen fijn zaagsel dat te veel stuift), gehakseld stro, kort gekipt hooi, kattenbakkorrels (geen grit), fijne beukenhoutsnippers, maispulp. Mengsels hiervan mogen ook. Krantenpapier is minder geschikt omdat de inkt giftig kan zijn.

De vier groepen kleine knaagdieren hebben op dit gebied elk wel eigen wensen:

Ratten verdragen zaagsel minder goed. Zij krijgen last van het stof van zaagsel en ontwikkelen een chronische ademhalingsstoornis.
Hamsters en gerbils hebben graag een dikke laag bodemstrooisel, omdat ze verzot zijn op graven. Dit hoort bij hun natuurlijke gedrag.
Kleurmuizen produceren veel urine en een dikke laag bodembedekking bevalt het best. Soms mengen fokkers nog wel eens extra turfmolm door het strooisel. De laag strooisel moet minstens vijf tot zeven cm dik zijn.
Mannelijke muizen ruiken sterk omdat ze met urine hun geursporen plaatsen. De ervaring heeft geleerd dat muizen waarvan alleen het zaagsel wordt verschoond, veel minder ruiken. Ze hoeven niet opnieuw hun geur af te zetten. De bak ruikt al bekend.

Ratten, hamsters en gerbils willen vaak hun behoefte wel doen in een speciaal toiletbakje gevuld met schoon zand. Deze toiletbakjes zijn in de dierenwinkel te koop.
Hamsters en gerbils willen ook graag zand hebben, zij nemen er een bad in. Dit is normaal omdat hun natuurlijke omgeving vooral bestaat uit droge zanderige gebieden.

Inrichting

Alle kleine knaagdieren moeten zich kunnen terug trekken. Dit is ook natuurlijk gedrag. Vele kleine knaagdieren slapen in een holletje onder de grond. Zij moeten die mogelijk ook krijgen in hun hok of bak.

Er zijn vele mogelijkheden te bedenken: houten hokjes waar ze in kunnen kruipen, toilet- of keukenpapierkokers, kleine bloempotten, kleine kartonnen dozen (verpakkingen), oude kinderschoenen/pantoffels en dergelijke. Ook klimmogelijkheden zijn interessant voor de dieren, zoals de al genoemde plateaus in de grotere bakken, maar ook stukken gifvrije takken zoals van de wilg en fruitbomen. Kleine knaagdieren willen graag overal achter, in en onder kruipen. Iedereen kan wel een aantal leuke mogelijkheden bedenken.

De bekende loopwielen zijn dan echt niet nodig. De dieren kunnen een neurose ontwikkelen en knaagdieren met een langere staart kunnen vast komen te zitten.

Kosten: kopen of zelf maken

Handige doe-het-zelvers kunnen prachtige en goedkope hokken voor kleine knaagdieren maken. Oude (vaak lekke) aquaria zijn bijna voor niets te krijgen. Kortom, de mogelijkheden zijn legio.
Maar zorg voor goede ventilerende en afsluitbare deksels. Iedere knaagdierenliefhebber heeft wel eens een ontsnapping meegemaakt.
Fokkers hebben een aantal kleinere hokken nodig om de fokkoppels te houden. Hiervoor zijn geschikte kunststoffen bakken te koop.

In de vrije natuur eten kleine knaagdieren alles wat voorhanden is. Het zijn dus echte alleseters. Kleine knaagdieren in een beschermd milieu moeten uitgebalanceerd voer krijgen om te voorkomen dat de dieren te vet worden. Dit hoofdstuk geeft in het kort informatie over de voeding van de kleine knaagdieren.

Voeding voor volwassen dieren

De meeste kleine knaagdieren zijn zaad- en graaneters. Er zijn miljoenen verschillende zaden en granen, die vaak door elkaar vervangen kunnen worden. In de dierenspeciaalzaken worden mengsels van verschillende zaden verkocht voor de afzonderlijke soorten kleine knaagdieren. Deze mengsels bevatten meestal haver, gerst, rogge, boekweit, maïs, graan, zonnepitten en johannesbrood. Zonnebloemzaad is echt een lekkernij, maar wel met mate om vervetting te voorkomen. Onkruidzaad is uitstekend bijvoer voor de dwerghamsters.

Deze voeders worden in kleine verpakkingen verkocht en zijn prima voor liefhebbers met enkele dieren. Gemengde voeders kunnen als nadeel hebben dat de kleine knaagdieren selecteren wat ze lekker vinden en de rest laten liggen. Zij hebben dan een ongebalanceerd dieet en dat is ongezond.

Er zijn ook volledige kant-en-klare voeders beschikbaar voor elk soort knaagdier, vaak in geperste korrels. Volledig betekent dat alle noodzakelijke voedingsstoffen die een bepaalde diersoort nodig heeft in het voer zitten. Het nadeel is dat het eten voor het dier geen afwisselende bezigheid meer is. Ze missen bijvoorbeeld het pellen van de zaden wat voor hen een natuurlijke bezigheid is.

Om met kleine knaagdieren een goed fok- en showresultaat te behalen heeft een volledige brok de voorkeur. Deze volledige brok moet ook vleeseiwit bevatten. Deze brok wordt vaak in grote verpakkingen aangeboden voor de fokker met veel dieren.

Fruit en groenvoer zijn belangrijk voor alle kleine knaagdieren. De smaken verschillen wel. Dit is ook afhankelijk van wat de dieren van jongs af aan zijn gewend. Belangrijk is dat groenvoer elke dag wordt ververst. Ook de tuinkruiden en onkruiden als paardedistel, weegbree, vogelmuur, klaver en gras zijn prima voer. Het bijvoeren van groente of ander groenvoer is bij de hamster zeker gewenst. Hamsters zijn er op gebouwd om een belangrijk deel van hun vochtvoorziening uit groenvoer te halen.

Het bijvoeren van dierlijk eiwit is goed als de dieren geen volledige brok krijgen. Deze brok bevat al dierlijk eiwit. Bijvoeren van eiwit moet met mate gebeuren.
Mogelijkheden zijn vismeelvlokken, stukje gekookt ei, een kattenbrok of een blokje zoutloze kaas.
Dwerghamsters en gerbils lusten op z’n tijd ook graag een meelworm. Die zijn te koop in dierenspeciaalzaken.

De dieren verwennen met andere lekkere dingen mag af en toe, maar dan wel met goede lekkernijen zoals een droge korst brood, een stukje rijstwafel, kale toast of een stukje beschuit. Op rozijnen zijn ze ook dol. Pas op voor noten die erg veel vet bevatten.

Ratten, gerbils en hamsters eten net als konijnen soms hun eigen zachte nachtkeutels op. Op deze manier voorzien de dieren zichzelf van bepaalde aminozuren en de verschillende B-vitamines.

Voeding voor jonge dieren

Kleine knaagdieren zijn zoogdieren, dus de jongen worden door de moeder gevoed met melk. Gaandeweg beginnen de jonge dieren zelf mee te eten van het voer van de volwassen dieren en houdt de melkproductie op.
De jongen eten ook de keutels van de ouders. Naast bepaalde voedingsstoffen krijgen de jonge dieren op deze manier ook de noodzakelijke afweerstoffen binnen.

Voederbakken

Sommige kleine knaagdieren eten keurig uit het voerbakje, maar vooral hamsters vinden hun eigen voorraadkamer het beste bord. Het is veel beter het voer in de kooi te strooien. Dit bootst ook een beetje de natuurlijke situatie na omdat ze op zoek moeten naar het voedsel en dat zorgt ook voor beweging.

Drinkbakken

Er moet altijd drinkwater beschikbaar zijn, ook als de dieren weinig drinken. Het beste is om een glazen drinkflesje op te hangen zodat elk dier, jong of oud er altijd bij kan komen. Staande drinkbakjes zijn ongeschikt, omdat ze meteen volgegooid worden met bodemstrooisel. Jonge dieren kunnen in deze bakjes ook verdrinken.

Omgaan met dieren

Kleine knaagdieren herkennen de stem en de geur van de verzorger. Dit vertrouwen mag nooit beschaamd worden. Kleine knaagdieren die overdag slapen omdat ze nachtdieren zijn, moeten tijdens hun slaap met rust gelaten worden.

Kleine knaagdieren worden in de natuur vaak van boven belaagd door jagers, zoals roofvogels. Benader daarom de dieren nooit recht van boven en laat ze duidelijk met een stemgeluid weten wie er aan komt. Dan schrikken ze niet en bijten ook niet als afweerreactie. Niet alle kleine knaagdieren zijn echte knuffeldieren. Ratten zijn dat wel.

De andere knaagdieren veel minder of helemaal niet. Wel leren alle knaagdieren om wat lekkers uit de hand te eten en daar worden ze tam van.
Ratten, hamsters en gerbils houden er van om zo nu en dan vrij in de kamer rond te lopen en laten zich ook weer gemakkelijk pakken, eventueel met hulp van een beloning (iets lekkers).
Bij loslopende kleine knaagdieren moet er wel op gelet worden dat ze niet op verkeerd materiaal gaan knagen zoals snoeren. Bestraffen als dat wel gebeurt, heeft geen zin en jaagt het dier angst aan. Ze zullen zich met bijten proberen te verdedigen. Voorkom deze reacties door de dieren altijd op de juiste manier te benaderen. Gaat het niet goed, dan ligt de fout altijd bij de verzorger.

Voeding voor kleine knaagdieren

Onder de kleine knaagdieren scharen we muizen, tamme ratten, hamsters, degoe’s, chinchilla’s en gerbils. Knaagdieren met elk hun eigen eisen voor een goede voeding.

Complete brok of gemengd voer

Tegenwoordig is er in de dierenspeciaalzaken voor elk soort wel een eigen mengsel verkrijgbaar. Daarnaast zijn er de algemene knaagdiermixen en de volledige grove brokken, die oneerbiedig ook wel laboratoriumbrokken worden genoemd. Wat is nu het beste? Om met kleine knaagdieren een goed fok- en showresultaat te behalen heeft een volledige brok de voorkeur. Voor ratten en gerbils moet deze brok vleeseiwit bevatten en ook bij hamsters is vleeseiwit gewenst. Muizen hebben ook  enig dierlijk eiwit nodig. De laboratoriumbrokken zijn in een grote vorm van tien of twaalf mm doorsnede geperst en zijn daardoor makkelijk op de kweekbakken te voeren. Deze brokken zijn vaak alleen in grotere eenheden verkrijgbaar en daarmee richten de fabrikanten zich op de professionele houders.

Gemengde voeders zijn voor hobbyisten met maar enkele dieren het best geschikt. Deze voeders worden over het algemeen in kleine verpakkingen aangeboden. Gemengde voeders kunnen als nadeel hebben dat de dieren gaan selecteren. Met een brok weet u zeker dat ze alles in de juiste verhouding binnen krijgen. Voor een top fokresultaat en een goede groei is het advies daarom om een complete brok te voeren.

Tamme ratten

Ratten in het wild eten zo goed als alles wat ze tegen komen. Ratten hebben een absolute behoefte aan dierlijk materiaal. In het wild voorzien ze hierin door insecten, kleine zoogdieren, maar ook kadavers te eten (vlees en ingewanden van dode dieren).  Als een goede volledige rattenbrok wordt gevoerd, is het bijvoeren van extra vitaminen, mineralen en dergelijke niet nodig of zelfs ongewenst. Overmaat hiervan schaadt! Een goede brok biedt alle bouwstoffen voor groei en onderhoud van het lichaam. Naast eiwitten zijn dit ook vetzuren! Wanneer een goede brok met vleeseiwit wordt verstrekt, bouwt het dier een goede weerstand op en komen gebreksziekten normaal gesproken niet voor.

Gerbils (woestijnratjes)

Voor gerbils geldt in grote lijnen hetzelfde als voor de tamme ratten. Ook Gerbils nemen in de natuur dierlijk materiaal op in de vorm van torren, larven en kleine kadavers. Het verstrekken van een voeding met vleeseiwit is dan ook zeker aan te raden. De kwaliteit van het eiwit in het voer is bij een gerbil met een nestje zeker van belang om zo te voorzien in de noodzakelijke bouwstoffen voor de razendsnelle ontwikkeling van de jongen. Ook bij gerbils heeft een grove brok de voorkeur boven gemengde voeders, zeker als het om fokresultaten gaat. Bij een brok kunnen de diertjes niet gaan selecteren en wanneer er ‘op het gaas’ gevoerd wordt, is het tevens een mooie bezigheid voor de zeer energieke diertjes. Het voeren van (veel) groenvoer of fruit past niet goed bij de gerbil. Van oorsprong komen ze uit hele droge gebieden, ze kunnen daarom met heel weinig vocht leven.
Ratten, gerbils en hamsters eten net als konijnen soms hun eigen zachte nachtkeutels op. Op deze manier voorzien de dieren zichzelf van bepaalde aminozuren en B-vitamines. De jongen zullen ook de keutels van de ouders opzoeken. Naast bepaalde voedingsstoffen voorzien de dieren zich zo ook van noodzakelijke afweerstoffen.

Hamsters

De hamster is qua voeding goed te vergelijken met de rat en de gerbil. Het voer moet overwegend plantaardig zijn, maar voor een goede gezondheid heeft de hamster behoefte aan bepaalde aminozuren (bouwstenen van eiwit) die vooral in vlees voorkomen. In hamstervoer is het type eiwit dat gebruikt wordt daarom van belang. Vlees is weliswaar geen noodzaak, maar het is wel de makkelijkste manier om te voorzien in het type eiwit dat de hamster nodig heeft. Zeker voor groeiende of zogende hamsters is dit eiwit onmisbaar als bouwstof. Van de Chinese dwerghamster is zelfs bekend dat het in de natuurlijke leefomgeving meer dan een kwart dierlijk materiaal eet. Het bijvoeren van groente of ander groenvoer is bij de hamster gewenst. Hamsters zijn er op gebouwd om een belangrijk deel van hun vochtvoorziening uit groenvoer te halen.

Muizen

Kleurmuizen zijn waarschijnlijk de meest voorkomende kleine knaagdieren op de kleindierenshows. De vele kleurvariaties maken dat het populaire knagers zijn. Muizen zijn ten opzichte van ratten veel meer plantaardige eters dan dierlijke eters. Bij muizen komen over het algemeen minder gebreksziekten en minder kannibalisme voor dan bij ratten en hamsters. Als de voeding te vleesrijk is, zal dat onherroepelijk voor veel resteiwit in de mest en daarmee voor een penetrante ammoniaklucht zorgen. Hoewel vleeseiwit niet nodig is voor muizen, is een juiste samenstelling van het eiwit wel van belang. Als het eiwit uit te eenzijdige bronnen komt, kunnen er ook bij muizen conditieproblemen ontstaan. Voor muizen geldt ook weer dat voor goede fok- en groeiresultaten een brok de voorkeur heeft boven een gemengd voer. Voor de liefhebbers met een of enkele muizen kan een eenvoudig gemengd voer volstaan.

Degoe’s

Degoe’s zijn geen moeilijke kostgangers. Ze eten in principe alles, maar de natuur van de dieren ligt overwegend bij plantaardig voedsel. Qua voedingsbehoeften ligt een degoe daarom dichter bij de muis dan bij de eerder besproken knagers. Ook al zijn de dieren niet kieskeurig, toch is het beter ze niet van alles voor te schotelen. In het wild leven ze vrij schraal. Fruit en groente moeten daarom niet te veel en niet te vaak worden gegevent. Bovendien is het raadzaam om degoe’s beperkt te voeren. Op een schraal aanbod komen de dieren het best tot hun recht.

Chinchilla’s

De chinchilla is in vergelijking met de al besproken knagers, het knaagdier dat het meest op plantaardig voedsel is ingesteld. De voedingsbehoefte van chinchilla’s is goed te vergelijken met de voeding voor de muis en de degoe, ook al eten de chinchilla’s oorspronkelijk ander voedsel dan degoe’s en muizen. Chinchilla’s eten eigenlijk uitsluitend plantaardig. In het wild bestaat de voeding uit schrale grassen, schorsen, droge vruchten en wortels van struiken. De standaard knaagdiervoeders voldoen eigenlijk niet goed voor chinchilla’s. Wanneer er te veel granen in het voer zitten, kunnen namelijk problemen met de lever en de nieren ontstaan. Met specifieke chinchillamengsels of chinchillakorrels wordt zeker bij fokdieren een beter resultaat behaald.

voeding kleine knaagdierenEiwitgehalte

Het eiwitgehalte in de voeders is bij fokkers van kleine knaagdieren nog wel eens een punt van discussie. Er wordt vaak gezegd dat knaagdieren een hoog eiwitgehalte nodig hebben. Het aanbod knaagdiervoeders varieert in eiwitgehalte van 12 tot wel 22%. Het blijkt dat alle kleine knaagdieren met 12 tot 15% eiwit prima te verzorgen zijn. Deopneembaarheid van het eiwit moet dan wel perfect zijn.
Eiwit uit erwten wordt door de knaagdieren anders verteerd dan eiwit uit vlees. De combinatie van de gebruikte eiwitbronnen bepaalt dan ook welk percentage van het aanwezige eiwit kan worden opgenomen. Als de eiwitbronnen te eenzijdig zijn, is het deel eiwit dat niet benut wordt puur balast voor de dieren.
Anders gezegd: het voerverbruik is lager bij een hoogwaardig voer met een optimale eiwitsamenstelling. Bij een lager voerverbruik blijft ook het hok schoner! Niet de hoeveelheid eiwit, maar de samenstelling van het eiwit bepaalt de uiteindelijke kwaliteit en prestaties van de dieren.

De leefruimte van een knaagdier is relatief beperkt. De leefomgeving heeft daarmee een grote invloed op de gezondheid van de diertjes. Een goede hygiëne is dan ook van groot belang. Zeker bij knaagdieren die relatief veel drinken zoals ratten. Uit de keutels komt ammoniak vrij. Ammoniakdamp heeft zijn weerslag op de luchtwegen. Te veel ammoniak in het verblijf maakt de dieren vatbaarder voor ziekten waaronder longontsteking omdat de beschermende slijmlagen in de longen worden aangetast. Bedenk dat de hoeveelheid ammoniak die ontstaat ook van het voer afhangt! Ammoniak ontstaat als gevolg van rottend resteiwit in de mest. Hoe beter de hoeveelheid en soort eiwit in het voer opgenomen wordt, hoe minder ammoniak er vrij komt, hoe beter voor de weerstand van de dieren! Alles hangt met elkaar samen!
 

Hoeveelheid

De ideale hoeveelheid voer is heel moeilijk aan te geven voor kleine knagers. Naast de grote verscheidenheid tussen de verschillende knagers, is er ook nog eens een grote verscheidenheid binnen de diersoorten. Bij de muizen bijvoorbeeld zijn er bepaalde rassen en kleuren die veel makkelijker vervetten dan andere. Voer altijd met de ogen! Geen nieuw voer geven voordat het oude op is. Let er bij hamsters ook op dat ze gaan hamsteren! Het voerverbruik lijkt soms hoog, terwijl ze veel voer mee naar het nest hebben gesleept.

Kleine knaagdieren zijn over het algemeen sterke, vitale dieren. Met een goede voeding, verzorging en huisvesting blijven de dieren in prima conditie. Dit hoofdstuk geeft informatie over het omgaan met zieke dieren.

Herkennen en isoleren van zieke dieren

Zieke dieren vallen onmiddellijk op, omdat een ziekte meteen effect heeft op het gedrag. Een ziek dier kan zijn soortgenoten besmetten en moet dan ook direct apart worden geplaatst. Zorg voor een schone kooi met alleen een drink- en etensbakje en een klein beetje bodembedekking zodat het zieke dier goed bekeken kan worden. Deze dieren krijgen even geen groenvoer en fruit meer. Zorg wel voor de meest strenge hygiëne, omdat sommige huidziekten ook besmettelijk voor de mens kunnen zijn.

Welke ziekte is het en wat kun je doen

De eerste symptomen van ziekte van de luchtwegen zijn vaak een uitstaande vacht, in elkaar gedoken zitten, vochtige ogen, een reutelende ademhaling, veel niezen en doffe ogen.
Een verkleefde anusstreek en diarree duiden meestal op een darmaandoening of de zeer besmettelijke ziekte ‘Wet-Tail’. Haaruitval, kale plekjes en veel krabben wijzen op een huidziekte of parasieten.
Met bultjes is het oppassen omdat ze vaak duiden op kanker of onderhuidse ontstekingen. Helaas zijn de kleine knagers hiervoor nogal vatbaar.
Sterk gewichtsverlies en kwijlen kan wijzen op een gebitsafwijking, oververhitting of diabetes.
Rillen, apathie of koorts is vaak het gevolg van oververhitting, shock of longontsteking.

Wordt het ernstig dan is het nodig naar de dierenarts te gaan, bij voorkeur een dierenarts die ervaring heeft met of bereid is om kleine knagers te behandelen.
Reken er op dat de dierenarts veel vragen stelt over het verloop van de ziekte, zodat hij/zij een goede diagnose kan stellen.

Kleine knaagdieren worden bij een goede verzorging en een beetje geluk gemiddeld twee tot drie jaar oud. Oudere dieren eten minder en het is normaal dat er gewichtsverlies optreed. Gedraagt het dier zich verder wel normaal, dan heeft het geen ziekte onder de leden.

Nazorg en herintroductie van het genezen dier

Knapt het zieke dier weer op, dan kan ze weer terug geplaatst worden. Is het dier toch nog verzwakt, dan moet goed in de gaten worden gehouden of het dier weer wordt geaccepteerd.
Is dat niet het geval, dan moet het dier nog verder aansterken en wordt het terugplaatsen later nog eens herhaald.

Als behandeling niet helpt

Mocht de behandeling niet helpen, dan moet het dier uit zijn lijden verlost worden. Kan of wil men dit zelf niet doen, dan is de dierenarts de aangewezen persoon.

Er is voor elk wat wils. Dit gezegde geldt zeker ook voor de kleine knaagdieren met hun vele verschillende soorten, rassen en kleurslagen. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat de levensduur maar twee tot drie jaar bedraagt. Daaraan is altijd gekoppeld een vroege geslachtsrijpheid en een ongebreidelde voortplanting. De kleine knaagdieren worden vrij gemakkelijk tam, maar zijn niet geschikt voor te jonge kinderen. Dit komt omdat de meeste kleine knaagdieren schemer- en/of nachtdieren zijn.

halfvolwassen tamme rattenKenmerken

De kenmerken worden kort beschreven per diergroep: tamme ratten, kleurmuizen, hamsters en gerbils.

Tamme ratten
Tamme ratten zijn, vergeleken met de meeste genoemde knaagdieren, met hun gewicht van ruim 150 gram vrij forse dieren. Het zijn echte groepsdieren. Een rat alleen in een kooi verkommert. Bij kinderen zijn ze zeer gewild omdat ratten een hoog knuffelgehalte hebben en nooit bijten, tenzij ze pijn worden gedaan of onnatuurlijk worden benaderd. Tamme ratten zijn er in veel prachtige kleuren en het zijn gezellige en slimme dieren.

Kleurmuizen
Geen enkel zoogdier kent zo’n verscheidenheid aan rassen als de kleurmuis.
Het zijn gemakkelijk te houden kleine huisdieren met een gewicht van ongeveer 40-60 gram. De mannetjes verspreiden wel een kenmerkende geur. Muizen zijn goed in een kolonie te houden, maar de mannetjes kunnen onderling flink vechten. Een mannenkolonie is dus niet verstandig. Opvallend zijn de grote ronde oren bij de kleurmuizen. Muizen komen voor in veel kleuren en tekeningpatronen.

Hamsters, waaronder de Syrische hamsters en de dwerghamsters
De Syrische Hamster (of goudhamster) weegt ook ongeveer 150 gram. In tegenstelling tot ratten moeten deze hamsters alleen gehouden worden, anders breken er dodelijke gevechten uit. Ze zijn verder zeer vriendelijk en nieuwsgierig en kunnen goed tam worden. Het zijn echte schemerdieren, die overdag veel slapen en in de avond en nacht actief zijn. Ondanks hun tamheid kunnen ze bijten als ze in hun slaap worden gestoord. Dit is natuurlijk gedrag waar we rekening mee moeten houden.

syrische hamster Onder de groep dwerghamsters worden gerekend de kortstaart dwerghamsters (geslacht Phodopus met de Campbelli, de Roborovski en de Russische dwerghamster) en de langstaart dwerghamsters (geslacht Cricetulus met de Chinese dwerghamster). Het zijn zeer kleine dieren (tussen 30–50 gram). Ze lijken ook veel op elkaar, maar er zijn wel verschillen.

De Campbelli komt voor in verschillende kleuren. De Campbelli’s kunnen uitstekend in een kolonie worden gehouden. Maar als er geen jongen zijn gewenst, is het beter om vrouwtjes bij elkaar te houden. In een mannenkolonie willen nog wel eens gevechten uitbreken. Deze dwerghamsters worden ook zeer handzaam, maar ze moeten niet in hun slaap gestoord worden. Het zijn echte gravers en leuke kijkdieren.

De Roborovski is de kleinste van de dwergen. Deze dwerghamsters moeten in een kolonie worden gehouden. Het zijn gravers en niet erg handzaam omdat ze watervlug zijn. Wel zijn het echte kijkdieren, want ze zijn verzot op het spelen en ravotten met elkaar.

De Russische dwerghamster is opvallend kogelrond gebouwd en er zijn enkele prachtige kleuren bekend. De Russen worden ook in kolonies gehouden. De beste samenstelling is één mannetje met meerdere vrouwtjes. Als er geen jongen gewenst zijn, worden de beide geslachten apart gehuisvest. Deze soort is zeer handzaam te krijgen en ze bijten zelden. Opvallend bij deze dieren is dat ze, vooral in de wintermaanden met minder daglicht, wit van kleur worden. De dieren zijn dan ook praktisch onvruchtbaar.

De Langstaart dwerghamsters (geslacht Cricetulus met de Chinese dwerghamster) hebben een opvallende staart van ongeveer 20-30 mm. Deze hamsters zijn moeilijk in koppels of kolonies te houden. Ze zijn naar de mens toe zeer tam, maar onderling niet erg verdraagzaam. Opvallend is dat deze hamsters graag klimmen in takken of andere obstakels. Deze dwerghamster herkent de verzorger aan de stem en de geur.

Gerbils, onderverdeeld in Mongoolse gerbils, Dikstaart gerbils, Bleke gerbils en Negev gerbils.
De Mongoolse gerbil (of het woestijnratje) is gemakkelijk te houden, zeer tam te maken, bijt zelden en is overdag ook actief. Deze gerbil kan niet alleen gehouden worden. Wanneer er geen jongen gewenst zijn, wordt een vrouwenkolonie gevormd.
Gerbils zijn zeer zindelijk en verzot op graven en knagen. Opvallend is dat deze diertjes weinig drinken. Het gewicht ligt tussen de 100 en 130 gram. De staart is bijna zo lang als het lichaam en geheel behaard met een fraaie pluim, die ongeveer eenderde van de staartlengte bedraagt.

volwassen gerbil

De Dikstaart gerbil is uiterst vriendelijk en zeer gemakkelijk te houden, laat zich gemakkelijk oppakken en bijt bijna nooit. De Dikstaart is een echt schemerdier, maar kan ook in de late middag actief worden. Deze gerbil graaft graag.
Het gewicht ligt tussen 100-200 gram. Het meest kenmerkend is de dikke korte amandelvormig haarloze staart die dienst doet als opslagplaats voor vet. Deze Dikstaarten worden in koppels gehouden. Zodra het vrouwtje drachtig is, wordt ze alleen in een hok geplaatst. De mannetjes kunnen bij elkaar worden gehouden, maar worden dan vaak steriel.

De minst bekende gerbil is de Bleke Gerbil (of Bleke Sonnevall). Deze slanke en sierlijke gerbil met een gewicht van 30-35 gram is gemakkelijk in kolonies te houden. Deze gerbil is wat schichtiger van aard, maar bijt zelden. Ook deze gerbil is een schemerdier, maar ook erg beweeglijk en razendsnel. Daarom worden ze ook wel renmuizen genoemd.

De Negev gerbil is een grotere soort (80 gram) en uitstekend geschikt als huisdier. Het is een vriendelijke en handzame soort die in groepen wordt gehouden.

Kijken, kiezen en kopen

Er zijn zoveel kleine knagers met veel kleurslagen, dat goed moet worden nagedacht voordat dieren worden gekocht. Impulsieve aankopen leiden meestal tot teleurstelling.
Als eerste wordt een keuze uit de vier groepen knagers gemaakt. Daarna wordt binnen deze diergroep gekozen. Om dit goed te kunnen doen is de volgende stap het verzamelen van informatie en adressen van fokkers om dieren te gaan bekijken en te vergelijken. Deze fokkers zijn de aangewezen personen om alle informatie te geven om een goede keuze te maken. Ga niet over één nacht ijs en bezoek meerdere fokkers.

Tentoonstellingen worden op veel plaatsen in het land gehouden van september tot eind januari en zijn een goede bron van informatie. Het bezoeken van tentoonstellingen is de moeite waard. Informatie over deze tentoonstellingen vindt u hier.

Koop dieren bij een fokker die de huisvesting goed voor elkaar heeft, waar de dieren er vitaal uit zien, op alle vragen een duidelijk antwoord geeft en een behulpzame en betrouwbare indruk maakt. Deze fokkers zorgen er ook voor dat u gezonde dieren krijgt die niet drachtig zijn. Adressen zijn te krijgen bij de speciaalclub voor kleine knaagdieren. Echt kopen kan natuurlijk pas als de huisvesting voor de dieren klaar is.

Passen in de omgeving

Veel mensen denken dat kleine knaagdieren enge dieren zijn die stank veroorzaken. Het is verstandig bij de naaste buren te polsen hoe zij hierover denken. U kunt dan uitleggen waarom en hoe deze dieren worden gehouden. Beter vooraf overleg dan achteraf problemen. Goed schoonhouden van de hokken van de knaagdieren, vooral van de kleurmuizen, voorkomt eventuele stankoverlast en dan is er al veel gewonnen.

Transport

Gekochte dieren moeten op een goede manier worden vervoerd. Het welzijn van de dieren staat hierbij voorop door goed aan de dieren aangepast verzend- of transportmateriaal te gebruiken.
Kartonnen doosjes zijn niet geschikt, want we hebben met knaagdieren te maken. Een groot model augurkenpot met deksel, waarin kleine gaatjes zijn gemaakt, is wel geschikt. Doe er wat zaagsel, een beetje hooi, een stukje komkommer in en de reis naar huis verloopt goed.

Een glazen pot is voor één keer wel te gebruiken. Liefhebbers en fokkers die vaker met dieren op pad gaan, bv. naar tentoonstellingen, gebruiken professionele showbakjes. Deze showbakjes zijn ook uitstekend te gebruiken als transportbakjes.
Deze showbakjes zijn gemaakt van kunststof met een speciaal daarvoor gemaakt deksel. De volgende adviesmaten worden gehanteerd: 16 bij 10 cm voor kleurmuizen en dwerghamsters, 20 bij 15 cm voor Syrische hamsters en gerbils en 30 bij 20 cm voor tamme ratten. Veel dierenspeciaalzaken hebben deze showbakjes in hun assortiment.

In het eigen hok

Thuis aangekomen worden de dieren in hun hokken geplaatst, waarin voer en fris drinkwater klaar staat. De dieren zijn snel gewend aan hun nieuwe behuizing.

Wilt u weten hoe de kleine knaagdieren eruit moeten zien qua lichaamsbouw, beharing en kleuren (de ras en kleurbeschrijvingen)? Neem een abonnement op onze cavia en kleine knaagdieren standaard. Voor meer info kijk eens bij de digitale standaarden.

Kleindieren zijn al heel lang nauw verbonden met de cultuur van de mens. Diverse schilders zoals Jan Steen, Gijsbert d’Hondecoeter, Melch d’Hondecoeter, J.G. Keulemans, Hendrik ten Oever zijn zich zelfs gaan toeleggen op het verbeelden van kleindieren.

Hollands erfgoed kleindieren door schildersEen prachtig voorbeeld daarvan is het bekende schilderij De Hoenderhof van Jan Steen, dat u kunt vinden in het Mauritshuis te Den Haag. Dit schilderij geeft een tafereel uit het toenmalige dagelijks leven van welgestelden weer waarin ook vele kleindieren afgebeeld zijn.

Bij schilders als de d’Hondecoeters waren de kleindieren zelfs vaak het hoofdonderwerp in het schilderij. Daaruit moge blijken hoe belangrijk toen al kleindieren voor de mens waren.

Hollands erfgoed kleindieren van Nederlandse schilderOok lieten de welgestelden siertuinen aanleggen waarin verschillende volières opgenomen waren om te kunnen pronken met de bijzonderheden die ze verworven hadden. Een van de laatste in de rij van welgestelden die deze traditie hebben voortgezet was Dreesman van de bekende warenhuisketen.

Fokkers willen graag hun fokresultaat aan andere fokkers en liefhebbers laten zien en tegelijkertijd in competitie strijden om te zien wie de beste dieren heeft. Overal in het land worden in de maanden september tot en met januari tentoonstellingen georganiseerd. Op onze website vind je een overzicht van de kleindierententoonstellingen in Nederland.
 
Op deze tentoonstellingen worden vaak ook kleine knaagdieren gevraagd. Hoewel de meeste tentoonstellingen twee tot drie dagen duren, worden kleine knagers maar één dag geshowd. In vogelvlucht wordt beschreven wat er allemaal gebeurt voor, tijdens en na een kleindiertentoonstelling.

kleine knaagdieren showen

Selecteren en huisvesten van showdieren

Bij de selectie van de dieren voor een tentoonstelling wordt gelet op gezondheid, vitaliteit en uiterlijke kenmerken.
Deze dieren worden thuis enkele dagen van te voren geplaatst in een showbakje. De dieren wennen snel aan deze kooi en gedragen zich daardoor op de echte tentoonstelling veel rustiger. Tijdens deze trainingssessies moeten de dieren wel gewoon water en voer krijgen.

Conditioneren

Het spreekt vanzelf dat de dieren die naar een tentoonstelling gaan in perfecte conditie moeten zijn. Zorg dat de pels goed schoon is en strak aanligt en de poten en staart mooi schoon zijn. Hiervoor kan een tandenborstel gebruikt worden.

Papierwinkel

Inschrijven voor een tentoonstelling verloopt volgens de procedure die beschreven is in het vraagprogramma van die tentoonstelling. De plaatselijke kleindiervereniging stuurt haar leden het vraagprogramma ruim van te voren toe.
Vraagprogramma’s van andere tentoonstellingen kunnen bij de betreffende tentoonstellingssecretaris aangevraagd worden. In het vraagprogramma is alle informatie opgenomen over de tentoonstelling.
Is hierbij hulp nodig, ga dan naar een ervaren fokker van een plaatselijke kleindiervereniging.
De tentoonstellingsorganisatie stuurt de inzender kort voor de tentoonstelling de inschrijfbevestiging en de etiketten voor elk dier met het kooinummer.

aangekomen op de kleindierententoonstelling

Verzendmateriaal

De tentoonstellingdieren worden in de showbakjes naar de keuring gebracht. 
In het showbakje wordt een beetje zaagsel en een klein plukje hooi gedaan met wat lekkers voor onderweg erin. Het beste is een plakje komkommer/of paprika en een stukje droog brood.
Pas op dat de dieren geen kou vatten of oververhit raken tijdens het transport naar en van de tentoonstelling. Op elk showbakje wordt het etiket met kooinummer geplakt van de organiserende tentoonstelling.

Dieren naar de tentoonstelling brengen

Kleine knaagdieren worden op de keurdag naar de tentoonstelling gebracht. De meeste fokkers brengen zelf of met enkele personen samen de dieren naar de tentoonstelling. De ruimte voor de kleine knaagdieren in de tentoonstellingsruimte is dan al klaar. ’s Avonds worden de dieren weer mee terug genomen.

Keuringen en -resultaten

Keuringen van kleine knaagdieren zijn publiekskeuringen. Dit betekent dat iedereen, inclusief de bezoekers van de tentoonstelling, de keuringen kan volgen.
In het vraagprogramma staat vermeld welke keurmeester de dieren keurt. De keurmeester keurt de dieren volgens vaste regels en volgens de vastgestelde standaardbeschrijving. Tijdens een keuring kan veel geleerd worden van de keurmeesters en collega-fokkers. 

gerbils tijdens een tentoonstellingDe beoordelingskaart wordt op het showbakje gelegd, zodat iedereen de beoordeling van elk dier kan lezen. De inzender kan de beoordelingskaarten opvragen om mee te nemen.
Bij de keuring worden eerst de oude dieren (ouder dan een jaar) beoordeeld en de beste daarvan uitgezocht. Daarna volgen de jonge dieren om uiteindelijk uit de allerbeste dieren de kampioen per diergroep aan te wijzen. Dit betekent de beste bij de tamme ratten, bij de kleurmuizen, de gerbils en de hamsters.

De keurmeester gebruikt de onderstaande predikaten bij de beoordeling met daarbij genoemd de te behalen punten per predikaat:

  • DIS of diskwalificatie; het dier is uitgesloten door een fout van de fokker
  • O of Onvoldoende en 0 punten; de laagste beoordeling voor een dier met een ernstige fout
  • V of Voldoende en 90 punten; het dier beantwoordt nog net aan de standaardbeschrijving
  • G of Goed en 91 of 92 punten; het dier is een matige tot goede vertegenwoordiger van het ras
  • ZG of Zeer Goed en 93, 94 of 95 punten; de punten geven aan dat het om een krappe, een gemiddelde en of royale ZG gaat, waarbij de laatste een hele mooie vertegenwoordiger van het ras is
  • F of Fraai en 96 of 97 punten; het dier en vooral ook het type (vorm) is beoordeeld als fraai, dus in totaal een fraai exemplaar
  • U of Uitmuntend en 98 of 99 punten; dit dier is fraai in type en de meeste overige onderdelen benaderen ook het ideaalbeeld.

tamme rat wint tentoonstellingTerug in de hokken

Thuis gekomen van de tentoonstelling blijven de dieren nog even in het transport- of schowbakje om bij te komen van de reis. Na een paar uren worden de dieren terug geplaatst in het eigen hok.
Bij groepsdieren wordt eerst wat strooisel of nestmateriaal uit het eigen hok in het showbakje gedaan. Op deze manier wordt voorkomen dat het tentoonstellingsdier als een indringer ruikt en niet wordt herkend.
Bij gerbils is het soms erg lastig om een dier na de keuring weer in de groep te plaatsen. Een methode kan zijn hem of haar een hokgenoot mee te geven in het showbakje. Bovendien wordt voordat de dieren weer terug geplaatst worden strooisel uit het verblijf thuis in het showbakje gedaan.

Stel al je vragen en wissel ervaringen uit in de Facebook groep over kleine knaagdieren.

Lid worden

Om deel te mogen nemen aan een tentoonstelling is het belangrijk dat je lid bent van Kleindier Liefhebbers Nederland.

Watervogels

Watervogels zijn een kleurrijke groep vogels en daardoor erg populair. We onderscheiden gedomesticeerde en oorspronkelijke rassen.

Lees verder >

Tentoonstellingen

1 oktober 2022
7 oktober 2022