Advies van de KLN commissie Dierenwelzijn en Wetgeving aangaande welzijn en fokrichtlijnen konijnen

Advies van de KLN commissie Dierenwelzijn en Wetgeving aangaande welzijn en fokrichtlijnen konijnen

Advies van de KLN commissie Dierenwelzijn en Wetgeving aangaande welzijn en fokrichtlijnen konijnen

Welzijn

Richtlijnen voor de beoordeling van raskonijnen volgens erkende standaard met inachtneming van welzijn.
In de standaardteksten worden niet alleen de erkende raskenmerken omschreven maar ook het na te streven ideaal belichaamd met inachtneming van welzijnsnormen en een ongeriefanalyse. Dit ideaal is niet onveranderlijk. Mogelijke en bekende genetische afwijkingen worden meegenomen. Deze kunnen ontstaan als gevolg van de fokkerij, immers het ras wijzigt onder invloed van welzijn en ongerief.

Fokkers en keurmeesters worden geacht de officieel erkende standaard en de geldende welzijnsnormen als leidraad bij hun beoordeling en selectie te gebruiken. Voor een goede beoordeling aan de hand van standaardeisen is ook kennis nodig van alles wat het ras betreft evenals een volkomen begrip van de wijzigingen en afwijkingen die zich bij dieren voordoen.

Met betrekking tot welzijn zijn de volgende aandachtsgebieden te benoemen:

  • Vrije beweging van het dier: anatomische vorm van het lichaam, benen en oren.
  • Vrij zicht: afmeting van de beharing rondom ogen dient als wel of niet wenselijk te worden aangegeven. Hangende oren voor de ogen, diep liggende ogen dienen te worden aangegeven als onwenselijk.
  • Beharing: het niet gewenst zijn van afwezigheid van beharing. (naaktheid)
  • Vrije ademhaling: neusgaten en mond dienen een normale ademhaling te garanderen.
  • Vrije voedselopname: een compleet gebit, waarbij de gebitselementen goed zijn gevormd maakt normale voedselopname mogelijk.
  • Lichaamsconditie: de mate waarin het lichaam bevleesd is, op overmatige en onvoldoende vleesconditie moet gelet worden, te vet of te mager is een afwijking van het welzijnsprincipe.
  • Tentoonstellingsconditie: een dier moet reinheid en vitaliteit uitstralen.
  • (Sub)letaal factoren en andere genetische factoren die welzijn/gezondheid aantasten: bij een aantal rassen en/of kleurslagen waarbij sprake is van (sub)letale en erfelijke factoren die welzijn/gezondheid aantasten is een fokadvies opgenomen gericht op het vermijden van het negatieve effect van deze factoren. Waar gewenst wordt de rasvariant welke de factoren niet draagt opgenomen in de standaardbeschrijving.

Van de keurmeester wordt verwacht dat hij sturend en indien nodig corrigerend optreed als afwijkingen van het welzijnsprincipe worden vastgesteld.

Fokrichtlijnen

Opgemerkt wordt dat de verschillende erfelijke factoren zowel via de ram als via de voedster overerven.

(sub)letaal factoren

  • Dwergfactor, autosomaal recessief, indien homozygoot recessief aanwezig. Kan bij alle dwergrassen voorkomen, bij enkele rassen die gecreëerd zijn met (kleur)dwergen komt deze factor bij sommige stammen/kleurslagen ook voor.
  • Achondroplasie (hippo), autosomaal recessief. Veroorzaakt extreem korte ledematen en vaak een boller hoofd. Vaak bij dwergrassen, maar kan ook bij andere rassen voorkomen.
  • Maxfactor, autosomaal recessief. Worden met open ogen geboren en afwijkende ledematen. Bij Pool en Kleurdwerg tevens bij elk ras waar Pool/Kleurdwerg is ingekruist.

Fokadvies

Fokparen waarbij beide ouders drager (heterozygoot) zijn van een subletaal of letaalfactor dienen voorkomen te worden.

Naast letaal factoren zijn er binnen de groep konijnen aanwijsbare erfelijke factoren waarbij er negatieve effecten op gezondheid/welzijn bij nakomelingen kunnen optreden indien ouders drager zijn.

  • Megacolon
    Afwijking aan dikke darm. Autosomaal recessief, gekoppeld aan de Engelse factor (symbool EN, autosomaal dominant). Indien een dier homozygoot is voor de Engelse factor is er een grote kans op megacolon. Komt voor bij tekeningrassen of bonttekening door Engelse factor. (Klein) Lotharinger(dwerg), Rijnlander, Papillon(dwerg), Witte van Hôtot, Franse hangoor, Engelse Hangoor, Meissner hangoor, Duitse hangoor, Nederlandse hangoordwerg. Kleurdwerg met lotharingertekening, Rex(dwerg) dalmatiner.
  • Olifantstanden/klemgebit/(vergrote onderkaak/verkorte bovenkaak)
    Autosomaal recessief
  • Ontbreken één of meer snijtanden of stifttanden
    Autosomaal dominant/onvolledig dominant.
  • Kromme voorbenen
    Autosomaal recessief
  • Aangeboren alopecia (Hypotrichosis kaalheid)
    Autosomaal recessief, vaak gepaard met gebitsafwijkingen
  • Acrobaat/ lopen op voorbenen
    Autosomaal recessief
  • Infantiel glaucoom
    Autosomaal recessief
  • Cataract/staar
    Autosomaal recessief
  • Epilepsie
    Autosomaal recessief. Vaker gezien bij witte dieren met blauwe ogen (leucisme), maar kan ook bij andere rassen voorkomen.

Fokadvies

Dieren welke een erfelijke afwijking hebben die het welzijn/gezondheid van het individu aantasten dien uitgesloten te worden voor de fok. Ouders en nestgenoten van dergelijke dieren dienen als drager te worden beschouwd.

Bij dragers van erfelijke factoren die invloed hebben op de gezondheid/dierwelzijn is het advies indien mogelijk ze uit te sluiten van de fok. Indien uitsluiting niet mogelijk is dan dragers niet onderling kruisen. Dragers alleen kruisen met niet-dragers.

Overig nieuws